ECLI:NL:RBUTR:2008:BD6608
Rechtbank Utrecht
- Wraking
- P. Bender
- G.A.M.E. van der Burg – van Geest
- F.M.D. Aardema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in strafzaak wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de politierechter die hem behandelde in een strafzaak wegens vermeende onpartijdigheid. De aanleiding was dat een medeverdachte, die ook als getuige was gehoord, was veroordeeld voor dezelfde feiten en dat de rechter had toegestaan dat een proces-verbaal van meineed werd opgemaakt tegen deze getuige. Tevens had de rechter geweigerd om bepaalde getuigen opnieuw te horen.
De rechtbank overwoog dat een rechter geacht wordt onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen. De enkele veroordeling van de medeverdachte en het opmaken van het proces-verbaal van meineed vormden hiervoor geen voldoende grond. Ook het niet horen van de door verzoeker genoemde getuigen was niet onpartijdig, omdat de rechter dit niet noodzakelijk achtte en geen inhoudelijk standpunt had ingenomen over de bewijskracht.
De rechtbank concludeerde dat de elementen van het wrakingsverzoek, ook in samenhang, onvoldoende aanleiding boden om te twijfelen aan de onpartijdigheid van de rechter. Het verzoek werd daarom afgewezen en de strafzaak werd voortgezet in de stand waarin deze zich bevond.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de politierechter wordt afgewezen wegens onvoldoende aanwijzingen voor vooringenomenheid.