ECLI:NL:RBUTR:2008:BD5583
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.K. van Riemsdijk
- S.C. Hagedoorn
- A.M.M.E. Doekes-Beijnes
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig bewijs voor voorbereiding moord en bedreiging in Utrecht
De rechtbank Utrecht sprak verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten van voorbereiding van moord, doodslag, afpersing, zware mishandeling en medeplegen van bedreiging. De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte de intentie had om genoemde misdrijven te plegen.
De zaak betrof een groep van minstens vijftien mannen die op 6 april 2006 in Utrecht verschillende horecagelegenheden bezochten, op zoek naar daders van een mishandeling. De groep droeg kogelwerende vesten en enkele leden hadden wapens bij zich. Hoewel het optreden van de groep intimiderend en gewelddadig leek, ontbraken concrete aanwijzingen dat de groep daadwerkelijk voornemens was een misdrijf te plegen.
Getuigenverklaringen beschreven het machtsvertoon en de bedreigingen in cafés, maar de rechtbank vond de bedreigingen onvoldoende concreet en specifiek om strafbaar te zijn. De anonieme getuigenverklaring kon niet als bewijs worden gebruikt vanwege gebrek aan ondersteuning door ander bewijsmateriaal.
De rechtbank concludeerde dat de openbare orde ernstig was verstoord, maar dat de tenlastelegging niet bewezen kon worden. De teruggave van een beige kogelwerend vest aan verdachte werd gelast.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor de ten laste gelegde feiten.