ECLI:NL:RBUTR:2008:BD5287
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.E. Kruijff-Bronsing
- L.E. Verschoor-Bergsma
- J.P.M. Schwillens
- Rechtspraak.nl
Bewezenverklaring aanranding met voortzetting PIJ-maatregel en voorwaardelijke jeugddetentie
Op 18 oktober 2006 heeft verdachte te Soest een vrouw op een fiets tot stilstand gedwongen en haar vervolgens bij het gezicht vastgepakt, gezoend en in de schaamstreek betast. De rechtbank acht dit wettig en overtuigend bewezen op basis van aangifte, proces-verbaal en bekennende verklaring.
Verdachte heeft een complexe psychische voorgeschiedenis met ernstige stoornissen in de persoonlijkheidsontwikkeling, middelenmisbruik en een laag gemiddeld IQ. Deskundigen adviseren verminderd toerekeningsvatbaarheid en benadrukken het belang van voortgezette klinische behandeling binnen een PIJ-maatregel om recidive te voorkomen.
De rechtbank overweegt dat verdachte reeds langdurig gesloten behandeling ondergaat in RIJ Den Engh en dat verdere klinische behandeling noodzakelijk is. Daarom wordt de PIJ-maatregel voortgezet, met een proeftijd van twee jaar en voorwaarden waaronder verplicht contact met de reclassering.
Daarnaast legt de rechtbank een voorwaardelijke jeugddetentie van zes maanden op met bijzondere voorwaarden. De opgelegde straf wordt niet direct ten uitvoer gelegd, tenzij de verdachte zich schuldig maakt aan een nieuw strafbaar feit of de bijzondere voorwaarden niet naleeft.
De rechtbank acht de straf passend gezien de ernst van het feit, de psychische problematiek van verdachte en de noodzaak van behandeling en resocialisatie.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot zes maanden voorwaardelijke jeugddetentie en voortzetting van de PIJ-maatregel met behandeling in RIJ Den Engh.