ECLI:NL:RBUTR:2008:BD3236
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag zonder tewerkstellingsvergunning en loonvordering werknemer met Poolse arbeidsovereenkomst
Een werknemer met de Poolse nationaliteit trad in augustus 2005 in dienst bij een Nederlandse uitzendorganisatie voor een arbeidsovereenkomst van drie jaar zonder opzegging of toestemming van het CWI. Na een maand kreeg de werknemer te horen dat hij niet meer kon werken vanwege het ontbreken van een tewerkstellingsvergunning. De werkgever stelde dat de arbeidsovereenkomst was opgezegd en dat het BBA niet van toepassing was.
De werknemer vorderde loonbetaling over de periode vanaf de beëindiging in september 2005 tot augustus 2007, inclusief wettelijke verhoging en rente. De kantonrechter oordeelde dat het BBA wel van toepassing was vanwege de betrokkenheid bij de Nederlandse arbeidsmarkt en dat voorafgaande toestemming van het CWI vereist was. Het ontslag zonder deze toestemming was vernietigbaar, waardoor de arbeidsovereenkomst niet was geëindigd.
De werkgever had onvoldoende onderzoek gedaan naar de benodigde vergunningen en was verantwoordelijk voor het ontbreken daarvan. De kantonrechter matigde de loonvordering tot zes maanden vanwege de lange procedure en het uitblijven van inspanningen van de werknemer om zijn schade te beperken. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van €13.657,41 bruto met wettelijke rente en de proceskosten werden aan de zijde van de werknemer toegewezen.
Uitkomst: De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van loon, wettelijke verhoging en rente wegens vernietigbaar ontslag zonder tewerkstellingsvergunning.