ECLI:NL:RBUTR:2008:BD3233
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens niet-nakoming en onverschuldigde betaling in aannemingsovereenkomst
Skopje Entertainment BV vordert vergoeding van meerkosten die zij maakte door het inschakelen van derden voor werkzaamheden die Ceasar Totaal Projecten BV niet zou hebben uitgevoerd. Skopje stelt dat Ceasar toerekenbaar tekort is geschoten en in verzuim is geraakt door het staken van werkzaamheden, en dat zij daarom recht heeft op vergoeding van deze kosten bovenop 10% van de aanneemsom.
Ceasar erkent het niet uitvoeren van bepaalde werkzaamheden, maar voert verweer dat intimidatie door een uitvoerder van Skopje heeft geleid tot opschorting van haar werkzaamheden. Ceasar betwist dat zij op 4 juli 2005 heeft medegedeeld de werkzaamheden te staken en stelt dat zij niet in verzuim is omdat Skopje haar niet in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank oordeelt dat Skopje niet is geslaagd in haar bewijsopdracht dat partijen een crediteringsafspraak hebben gemaakt of dat Ceasar de werkzaamheden definitief heeft gestaakt. Ook is niet komen vast te staan dat Ceasar toerekenbaar tekort is geschoten of in verzuim is geraakt. De vordering tot vergoeding wegens onverschuldigde betaling en ongerechtvaardigde verrijking wordt eveneens afgewezen omdat Skopje onvoldoende feiten heeft gesteld die het verband tussen haar betaling en vermeende verrijking van Ceasar onderbouwen.
Skopje wordt veroordeeld in de proceskosten, begroot op €4.817,- ten gunste van Ceasar. Het vonnis is gewezen door rechter M.E. Heinemann en op 28 mei 2008 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Skopje af en veroordeelt haar in de proceskosten.