ECLI:NL:RBUTR:2008:BD3230
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering levensverzekering wegens dwaling en ontbreken wilsovereenstemming
Eiser en zijn echtgenote sloten in 2001 via een hypotheekadviseur een hypotheek af met een gekoppelde levensverzekering bij DBV. Eiser diende een aanvraag in met een gezondheidsverklaring, waarna DBV een polis uitreikte waarin zowel eiser als zijn echtgenote als verzekerden werden vermeld. Na het overlijden van de echtgenote weigerde DBV uit te keren, stellende dat er geen overeenkomst met de echtgenote tot stand was gekomen en dat het medisch akkoord abusievelijk was verstrekt.
De rechtbank stelt vast dat het polisblad dwingend bewijs levert van de inhoud, maar oordeelt dat de overeenkomst met de echtgenote vernietigbaar is wegens dwaling. Eiser had DBV moeten informeren over de kennelijke vergissing dat ook de echtgenote was verzekerd. Het beroep op dwaling slaagt omdat eiser de belangen van DBV heeft veronachtzaamd door niet te informeren over de fout.
De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af en veroordeelt hem in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van wederzijdse informatieplicht en goede trouw bij het sluiten van verzekeringscontracten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af wegens vernietiging van de verzekeringsovereenkomst met de echtgenote wegens dwaling.