ECLI:NL:RBUTR:2008:BD1865
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering opheffing erfdienstbaarheid wegens belang bij uitoefening
Eisers vorderden de opheffing van een erfdienstbaarheid van weg die gedaagde gebruikt om van haar garage naar de openbare weg te komen. Zij stelden dat gedaagde geen belang meer had bij de erfdienstbaarheid vanwege een eigen uitrit en dat het gebruik ervan misbruik van recht was. Gedaagde voerde aan dat zij nog dagelijks gebruik maakt van de zijweg en dat er geen alternatieven zijn vanwege bedrijfsactiviteiten in de loods op haar perceel.
De rechtbank stelde vast dat de erfdienstbaarheid nog mogelijk is en dat gedaagde een redelijk belang heeft bij het behoud ervan, mede omdat de loods gebruikt wordt voor bedrijfsactiviteiten van de echtgenoot van gedaagde en er geen praktische alternatieven zijn. Eisers belangen, zoals privacy en veiligheid, wogen onvoldoende zwaar en het afsluiten van het perceel zou het intensieve gebruik van de weg door andere bedrijven niet verminderen.
Daarom wees de rechtbank de vorderingen van eisers af en veroordeelde hen in de proceskosten. Het beroep op misbruik van recht door gedaagde werd eveneens verworpen. Het vonnis werd gewezen door mr. J.P.H. van Driel van Wageningen en op 21 mei 2008 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Vordering tot opheffing van erfdienstbaarheid wordt afgewezen vanwege het redelijk belang van gedaagde bij het behoud ervan.