ECLI:NL:RBUTR:2008:BD0389
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C.A. Walda
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet nietig wegens niet-onverwijldheid na waarschuwingen
De werknemer trad in juli 2003 in dienst bij Dirx Drogisterijen B.V. als drogisterijmanager. Het bedrijfsreglement verbood het dragen van zichtbare piercings en verplichtte bedrijfskleding tijdens werktijd. De werknemer werd tweemaal per aangetekende brief gewaarschuwd dat bij een volgende overtreding ontslag op staande voet zou volgen.
Op 20 maart 2007 werd geconstateerd dat de werknemer in gewone kleding werkte, wat een overtreding van het reglement was. Dirx stelde het ontslag op staande voet op 28 maart 2007 in, maar de werknemer betwistte de rechtmatigheid, met name dat het ontslag niet onverwijld was gegeven.
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever na eerdere waarschuwingen geen extra tijd meer had om juridisch advies in te winnen en dat het ontslag daarom niet onverwijld was. Ook was de overtreding niet ernstig genoeg om onmiddellijke beëindiging te rechtvaardigen. Het ontslag werd nietig verklaard en de werknemer kreeg loon, wettelijke verhogingen, rente en incassokosten toegewezen.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is nietig verklaard en de werknemer krijgt loon en wettelijke vergoedingen toegewezen.