ECLI:NL:RBUTR:2008:BC9877
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Bender
- A. Wassing
- J.D.E. Brouwer-Poederbach
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt
De rechtbank Utrecht heeft op 15 april 2008 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt. Verdachte werd eerder veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met het verbod van de Opiumwet door het telen van hennep in de periode van 1 februari tot en met 20 juni 2006.
Tijdens een politieonderzoek op 20 juni 2006 werd een hennepkwekerij met 565 planten aangetroffen, die ongeveer 12 weken oud en oogstrijp waren. De rechtbank concludeerde dat verdachte minstens één eerdere oogst had genoten, ondanks zijn verklaring dat het een proefkweek betrof. De opbrengst werd berekend op 18.193 gram hennep met een verkoopprijs van €2,37 per gram, wat resulteerde in een bruto opbrengst van €43.117,41.
Na aftrek van kosten zoals afschrijving kweekinstallatie, inkoop stekjes, voeding en huurkosten, werd het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €37.570,66. De rechtbank legde verdachte de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen en wees het meer gevorderde af. De draagkracht van verdachte werd als voldoende beoordeeld om aan deze verplichting te voldoen.
De maatregel is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Utrecht, waarbij één rechter niet kon medeondertekenen.
Uitkomst: Verdachte is verplicht tot betaling van €37.570,66 aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat.