ECLI:NL:RBUTR:2008:BC7063
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- G.A.M.E. van der Burg-van Geest
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering toelating tot nationaal selectieteam kano slalom en schadevergoeding
De zaak betreft een kort geding tussen een sporter en de Nederlandse Kanobond (NKB) over toelating tot het nationale selectieteam kano slalom voor 2008 en een schadevergoeding wegens uitsluiting. De sporter werd in juni 2007 uit het team gezet door de Slalomcommissie, wat hij betwist als onrechtmatig en strijdig met interne regels. Hij vordert onder meer schorsing van het besluit, onmiddellijke toelating tot het team zonder kwalificatie, inschrijving voor wedstrijden, aanvraag van A-status bij NOC*NSF en een schadevergoeding van EUR 9.378,81.
De rechtbank overweegt dat het besluit van juni 2007 alleen voor 2007 gold en dat lidmaatschap jaarlijks opnieuw moet worden verdiend via kwalificatiewedstrijden. De vorderingen tot schorsing en directe toelating zonder kwalificatie worden afgewezen omdat de sporter onvoldoende spoedeisend belang heeft en onvoldoende feiten zijn gesteld om van afwijking af te wijken. Ook de vordering tot inschrijving voor World Cup wedstrijden en aanvraag van A-status worden afgewezen omdat alleen teamleden hiervoor in aanmerking komen.
De schadevergoeding wordt niet toegewezen omdat het bestaan en omvang van de vordering niet in hoge mate aannemelijk is en geen spoedeisend belang is gebleken. Het verzoek aan NKB om NOC*NSF te verzoeken af te wijken van kwalificatieprocedure wordt afgewezen vanwege onzekerheid over deelname en onduidelijkheid over verantwoordelijkheid. De vordering tot opname in pre-selectie zonder kwalificatie wordt eveneens afgewezen. De proceskosten worden verdeeld waarbij de sporter in de kosten van NKB wordt veroordeeld en NKB in de kosten van de sporter.
Uitkomst: Alle vorderingen van eiser worden afgewezen en partijen worden in proceskosten veroordeeld.