ECLI:NL:RBUTR:2008:BC6471
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Burengeschil over wettelijk vermoeden van erfgrens bij perceelgrens
Eisers hebben een perceel grond gekocht van een derde en wensen een woning van zeven meter breed te bouwen. Hiertoe moet een hek, geplaatst door de vorige eigenaar tussen de percelen, worden verplaatst. Eisers stellen dat hun perceel loodrecht vanaf de straat 21,5 meter breed is, zodat het hek niet op de erfgrens staat.
Gedaagden verzetten zich tegen verplaatsing van het hek en beroepen zich op het wettelijke vermoeden dat het midden van het hek de erfgrens vormt, mede omdat eiseres eerder aan gedaagden heeft bevestigd dat het hek op de juiste plaats stond. De rechtbank onderzoekt of het hek als erfafscheiding kan worden aangemerkt en of de leveringsakten een andere erfgrens bepalen.
De rechtbank concludeert dat noch in de leveringsakte van eisers, noch in die van gedaagden een afwijkende erfgrens is vastgelegd en dat het gerechtvaardigd vertrouwen van gedaagden in het hek als erfgrens gerechtvaardigd is. Daarom wordt het wettelijke vermoeden niet weerlegd en worden de vorderingen van eisers afgewezen. Eisers worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en veroordeelt eisers in de proceskosten.