ECLI:NL:RBUTR:2008:BC6362

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
4 februari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
16-604049-07
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wegenverkeerswet 1994Art. 6 Wegenverkeerswet 1994
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor schuld bestuurder bij voetgangersongeval

Op 7 december 2006 reed de verdachte met een bestelauto met aanhangwagen over de Geerenweg te Baarn en botste op een voetganger die zich op een voetgangersoversteekplaats bevond. De voetganger liep daarbij zwaar lichamelijk letsel op, waaronder een dubbele bekkenbreuk en een breuk van het bovenste deel van het linker scheenbeen.

De verdachte werd primair beschuldigd van roekeloos en onvoorzichtig rijgedrag waarbij hij het voertuig niet tijdig tot stilstand bracht, en subsidiair van het veroorzaken van gevaar op de weg door het niet aanpassen van snelheid en het niet voor laten gaan van voetgangers. Tijdens de terechtzitting op 4 februari 2008 werd vastgesteld dat het onderzoek onvolledig was: er waren geen getuigen gehoord en de slachtoffers waren niet bevraagd over hun snelheid bij het oversteken.

De rechtbank concludeerde dat hoewel er wettig bewijs was voor de tenlastelegging, dit bewijs onvoldoende overtuigend was omdat een mogelijk aandeel van het slachtoffer in het ontstaan van het ongeval niet was uitgesloten. Daarom werd verdachte vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs van schuld aan het verkeersongeval.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT
Sector strafrecht
Parketnummer: 16/604049-07
Datum uitspraak: 4 februari 2008
Vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak
gewezen in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1951 te [geboorteplaats],
wonende [woonadres], [woonplaats].
Raadsman: mr. M.Th.M. Zumpolle, advocaat te Utrecht.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 februari 2008.
De tenlastelegging
Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, het volgende ten laste gelegd:
Primair
hij op of omstreeks 07 december 2006 te Baarn, althans in het arrondissement Utrecht, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bestelauto met aanhangwagen), daarmede rijdende over de weg, de Geerenweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, het door hem bereden motorrijtuig niet tot stilstand te brengen, althans de snelheid van het door hem bereden motorrijtuig niet dusdanig aan te passen dat hij dit motorrijtuig tot stilstand kon brengen, binnen de afstand waarover de weg te overzien en vrij was en/of twee voetgangers die zich op een voetgangersoversteekplaats bevonden niet voor te laten gaan, immers is hij verdachte, met het door hem bestuurde motorrijtuig op de oversteekplaats gereden/gebotst tegen één van die overstekende voetgangers, waardoor die voetganger, genaamd [aangever], zwaar lichamelijk letsel, te weten een dubbele bekkenbreuk en een breuk van het bovenste deel van het linker scheenbeen, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
art 6 Wegenverkeerswet Pro 1994
Subsidiair
hij, op of omstreeks 07 december 2006, te Baarn, althans in het arrondissement Utrecht,
als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto met aanhangwagen), rijdende
op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Geerenweg, het door hem bereden motorrijtuig niet tot stilstand heeft gebracht, althans de snelheid van het door hem bereden motorrijtuig niet dusdanig aangepast dat hij dit motorrijtuig tot stilstand kon brengen, binnen de afstand waarover de weg te overzien en vrij was en/of twee voetgangers die zich op een voetgangersoversteekplaats bevonden niet voor heeft laten gaan, immers is hij verdachte, met het door hem bestuurde motorrijtuig op de oversteekplaats gereden/gebotst tegen één van die overstekende voetgangers, door welke gedraging(en) gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
art 5 Wegenverkeerswet Pro 1994
Vrijspraak
De rechtbank heeft het volgende geconcludeerd.
Verdachte heeft op 7 december 2006 met een bestelauto met aanhangwagen gereden over de Geerenweg te Baarn, waarbij hij vervolgens tegen één voetganger is gereden die zich op een voetgangersoversteekplaats bevond. Ten gevolge van die aanrijding werd die voetganger, [aangever], zwaar lichamelijk letsel toegebracht.
De rechtbank is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat verdachte te hard heeft gereden, gezien de plaats waar hij is komen stil te staan op de voetgangersoversteekplaats. Nu daarnaast het onderzoek onvolledig is, er geen getuigen zijn gehoord en de slachtoffers evenmin zijn bevraagd ten aanzien van de snelheid waarmee zij de weg zijn overgestoken, is de rechtbank van oordeel dat er weliswaar wettig bewijs is voor het zowel primair als subsidiair ten laste gelegde, maar dat dit onvoldoende overtuigend is, nu een mogelijk aandeel van het slachtoffer in de totstandkoming van het ongeval onvoldoende is uitgesloten.
De rechtbank acht derhalve niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
DE BESLISSING
De rechtbank beslist als volgt:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte zowel het primair als het subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mrs S.C. Hagedoorn, J.R. Krol en P.J.G. van Osta, bijgestaan door H.A.M. Blom als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 februari 2008.