ECLI:NL:RBUTR:2008:BC5052
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtsverhouding en aansprakelijkheid bij diefstal container in expeditie- en vervoerscontract
In deze zaak staat centraal of Frans Maas Expeditie B.V. als contractueel vervoerder of als douane-expediteur heeft gehandeld bij de opdracht tot inklaring en vervoer van een container die tijdens het transport werd gestolen. De rechtbank concludeert dat Frans Maas optrad als expediteur en niet als vervoerder, mede gelet op de aard van de werkzaamheden, facturen, offertes en de rol van Van Beek Logistics B.V. als feitelijke vervoerder.
De toepasselijkheid van de FENEX-voorwaarden wordt bevestigd, aangezien deze voorwaarden herhaaldelijk aan [gedaagden in conventie] zijn meegedeeld en stilzwijgend zijn aanvaard. De vorderingen van [gedaagden in conventie] tot aansprakelijkheid van Frans Maas voor de schade door de diefstal worden afgewezen, omdat de aansprakelijkheid voor het onbeheerd achterlaten van de container bij de vervoerder Van Beek ligt.
Frans Maas vordert vergoeding van douaneschade die zij heeft geleden door de diefstal. De rechtbank acht deze vordering gegrond op grond van artikel 17 lid 7 van Pro de FENEX-voorwaarden en wijst deze toe. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd, met uitzondering van enkele kostenveroordelingen aan de zijde van [gedaagden in conventie].
Uitkomst: Frans Maas is niet aansprakelijk voor diefstalschade, maar ontvangt vergoeding van douaneschade van €30.334,80 plus wettelijke rente.