ECLI:NL:RBUTR:2008:BC4202
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs samenscholingsverbod in Kanaleneiland-Noord Utrecht
De kantonrechter in Utrecht sprak zeven jongeren vrij die verdacht werden van het overtreden van het samenscholingsverbod in de wijk Kanaleneiland-Noord. De jongeren werden aangehouden omdat zij in groepen van meer dan vijf personen op straat stonden, terwijl de burgemeester een verbod had ingesteld voor een specifieke groep jongeren om zich zo te verzamelen.
De verdediging voerde aan dat het samenscholingsverbod onduidelijk was en in strijd met het legaliteitsbeginsel. De rechter oordeelde echter dat het verbod een wettelijke basis heeft in de Algemene Plaatselijke Verordening Utrecht en niet in strijd is met het legaliteitsbeginsel. Wel stelde de rechter dat het enkel met een groep mensen op straat staan niet automatisch samenscholing is; er moet sprake zijn van een (dreigende) verstoring van de openbare orde.
De kantonrechter vond dat de tenlastelegging onvoldoende bewijs bevatte dat de jongeren daadwerkelijk een (dreigende) ordeverstoring veroorzaakten. De uitleg van de burgemeester dat het samenscholingsverbod ook zonder ordeverstoring geldt, werd door de rechter te vergaand geacht. Daarom sprak de rechter de verdachten vrij wegens gebrek aan bewijs.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige uitleg van het begrip samenscholing en de noodzaak dat beperkingen op bewegingsvrijheid gerechtvaardigd en noodzakelijk moeten zijn, mede gelet op internationale mensenrechten zoals de vrijheid van beweging.
Uitkomst: Verdachten vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van deelname aan samenscholing met (dreigende) ordeverstoring.