ECLI:NL:RBUTR:2008:BC4202

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
13 februari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
16/436625-07
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 SrArt. 10 APV UtrechtArt. 12 IVBPRArt. 125 APV Utrecht
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs samenscholingsverbod in Kanaleneiland-Noord Utrecht

De kantonrechter in Utrecht sprak zeven jongeren vrij die verdacht werden van het overtreden van het samenscholingsverbod in de wijk Kanaleneiland-Noord. De jongeren werden aangehouden omdat zij in groepen van meer dan vijf personen op straat stonden, terwijl de burgemeester een verbod had ingesteld voor een specifieke groep jongeren om zich zo te verzamelen.

De verdediging voerde aan dat het samenscholingsverbod onduidelijk was en in strijd met het legaliteitsbeginsel. De rechter oordeelde echter dat het verbod een wettelijke basis heeft in de Algemene Plaatselijke Verordening Utrecht en niet in strijd is met het legaliteitsbeginsel. Wel stelde de rechter dat het enkel met een groep mensen op straat staan niet automatisch samenscholing is; er moet sprake zijn van een (dreigende) verstoring van de openbare orde.

De kantonrechter vond dat de tenlastelegging onvoldoende bewijs bevatte dat de jongeren daadwerkelijk een (dreigende) ordeverstoring veroorzaakten. De uitleg van de burgemeester dat het samenscholingsverbod ook zonder ordeverstoring geldt, werd door de rechter te vergaand geacht. Daarom sprak de rechter de verdachten vrij wegens gebrek aan bewijs.

De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige uitleg van het begrip samenscholing en de noodzaak dat beperkingen op bewegingsvrijheid gerechtvaardigd en noodzakelijk moeten zijn, mede gelet op internationale mensenrechten zoals de vrijheid van beweging.

Uitkomst: Verdachten vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van deelname aan samenscholing met (dreigende) ordeverstoring.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT
Sector kanton
Locatie Utrecht
Parketnummer: 16/436625-07
Datum uitspraak: 13 februari 2008
Verkort vonnis van de kantonrechter op tegenspraak gewezen in de zaak tegen:
[Verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1990 [geboorteplaats],
wonende [woonplaats].
Raadsman: mr. B. van Nimwegen
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 30 januari 2008.
De tenlastelegging
Aan de verdachte is - na toegestane wijzing van de tenlastelegging - ten laste gelegd dat
Hij, op of omstreeks 25 oktober 2007, in de gemeente Utrecht, op of aan de weg (als bedoeld in artikel 1 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening Utrecht), te weten de Bernadottelaan, heeft deelgenomen aan een samenscholing, immers maakte hij deel uit van een groep van vijf, althans een aantal, personen (jongeren), (terwijl hij behoorde tot de aangemerkte en aangeschreven personen, zoals bedoeld in het handhavingsbesluit van de burgemeester van de gemeente Utrecht van 26 september 2007).
Inleiding
De wijk Kanaleneiland-Noord in Utrecht kampt al jaren met problemen. De criminaliteitscijfers laten zien dat daar waar in andere Utrechtse wijken de criminaliteit afnam, deze op Kanaleneiland-Noord, ondanks een intensieve aanpak van politie en justitie, toenam. In nauw overleg met politie en justitie besloot de burgemeester van Utrecht op 3 oktober 2007 het gebied Kanaleneiland-Noord voor de duur van zes maanden aan te wijzen als een gebied waarin het samenscholingsverbod, zoals reeds was opgenomen in artikel 10 van Pro de APV Utrecht, ten aanzien van een specifieke groep jongeren, die tevoren aangewezen waren als potentiële overlastveroorzakers, intensief gehandhaafd zou worden. De aangewezen personen werden door de burgemeester bij brief aangeschreven dat zij in het aangewezen gebied niet in een groep van vijf of meer personen mochten staan.
Verweren van de raadsman
De raadsman heeft aangevoerd dat het samenscholingsverbod in strijd is met het legaliteitsbeginsel en de rechtszekerheid. Onduidelijk is welk gedrag nu precies strafbaar is en welke sanctie daarop is gesteld. Reeds daarom is de verbodsbepaling onverbindend, hetgeen tot ontslag van rechtsvervolging moet leiden, aldus de raadsman.
Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat de feiten niet bewezen kunnen worden.
Legaliteit en uitleg van het samenscholingsverbod
Voorop staat dat geen feit strafbaar is dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling. Zowel de strafbaarstelling als de op te leggen straf moet ten tijde van het plegen van een feit in de wet zijn opgenomen. Het begrip wettelijk in artikel 1 lid 1 Sr Pro beperkt zich niet tot wetgeving in formele zin; een verordening zoals de APV Utrecht kan ook wettelijke strafbepalingen bevatten. Het Utrechtse samenscholingsverbod is opgenomen in artikel 10 van Pro de APV Utrecht en de strafbaarstelling is opgenomen in artikel 125 van Pro de APV Utrecht. Het samenscholingsverbod heeft daarmee een wettelijke basis.
Vervolgens dient beantwoord te worden of de delictsomschrijving (deelnemen aan een samenscholing) vanuit het legaliteitsbeginsel bezien voldoende bepaald is.
De Hoge Raad heeft reeds geoordeeld ten aanzien van een soortgelijk samenscholingsverbod in de APV Tilburg, dat ondanks de vaagheid die de term samenscholing heeft, er geen sprake is van ontoelaatbare onduidelijkheid van de norm en derhalve geen strijd met het bepaaldheidsgebod.
Het samenscholingsverbod, zoals vervat in artikel 10 van Pro de APV Utrecht is naar het oordeel van de kantonrechter derhalve niet in strijd met het legaliteitsbeginsel.
Geheel in lijn met voormeld arrest zal de kantonrechter voor de uitleg van het begrip samenscholing aansluiting zoeken bij de betekenis van dit begrip in het algemene spraakgebruik en bij de achterliggende strekking van de verbodsbepaling.
Van Dale geeft als definitie van samenscholen:“mensen die een dreigende houding aannemen of kwade bedoelingen hebben en die groepsgewijze bij elkaar komen”.
Het samenscholingsverbod in artikel 10 is Pro opgenomen in hoofdstuk 2, dat betrekking heeft op de openbare orde, onder afdeling 1 orde en veiligheid op de weg.
De toelichting op artikel 9 en10 vermeldt: “Bij de bestrijding van (dreigende) ongeregeldheden en wanordelijkheden is het van groot belang dat personen of groepen kunnen worden verspreid, zowel ter voorkoming van escalatie van de gebeurtenissen als ter bescherming van omstanders en voorbijgangers. Deze bepaling maakt het voor politie mogelijk ordeverstoorders aan te houden zonder dat direct duidelijk behoeft te zijn of zij tevens een strafbaar feit op grond van het Wetboek van Strafrecht hebben gepleegd. Vaak zal dit overigens wel het geval zijn.”
Aansluitend bij de betekenis volgens algemeen spraakgebruik en de strekking van de bepaling oordeelt de kantonrechter dat het enkel samenzijn van een groepje mensen onvoldoende is om van samenscholing te spreken. Er zal hoe dan ook sprake moeten zijn van (dreigende) verstoring van de openbare orde. Dit laatste zal telkens feitelijk vastgesteld dienen te worden aan de hand van de uiterlijke verschijningsvorm en de gedragingen van een groep, mede bezien in samenhang met plaatselijke omstandigheden.
De uitleg die aan het begrip samenscholing gegeven is in het aanvullend beleid van de burgemeester, zoals vastgesteld bij besluit van 26 september 2007, komt erop neer dat een als potentieel ordeverstoorder aangewezen persoon, zoals verdachte, zich in het aangewezen gebied niet in een groepje van vijf of meer mag ophouden, waarbij niet langer vastgesteld behoeft te worden of de orde daadwerkelijk wordt verstoord danwel een verstoring dreigt. Deze extensieve uitleg gaat naar het oordeel van de kantonrechter een stap te ver en gaat daarmee voorbij aan de achterliggende strekking van de norm. Dat geldt temeer nu het samenscholingsverbod de in artikel 12 IVBPR Pro gewaarborgde “liberty of movement” inperkt en zo’n beperking noodzakelijk en gerechtvaardigd moet zijn.
De kantonrechter heeft hierbij tot uitgangspunt genomen dat zij een zelfstandig oordeel dient te geven over de feitelijke uitleg van het begrip samenscholing in de op artikel 10 APV Pro toegesneden tenlastelegging en derhalve niet gebonden is aan de uitleg van de burgemeester, zoals vastgesteld in het aanvullend beleid.
Vrijspraak
De feitelijke omschrijving van het delictsbestanddeel samenscholing in de tenlastelegging (hij maakte deel uit van een groep van zes personen) behelst geen elementen van (dreigende) ordeverstoring. De kantonrechter dient op de grondslag van de tenlastelegging te beslissen. Zulks brengt mee dat verdachte vrijgesproken moet worden, aangezien het kenmerkende bestanddeel in de delictsomschrijving (samenscholing) niet bewezen kan worden. Daarbij laat de kantonrechter in het midden of verdachte op 25 oktober 2007 op de Bernadottelaan deel uit maakte van een groep van vijf personen, hetgeen verdachte ter terechtzitting heeft ontkend.
De overige door de raadsman gevoerde verweren behoeven verder geen bespreking.
DE BESLISSING
De kantonrechter beslist als volgt:
Verklaart niet bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.V.M. Gehlen, bijgestaan door S. Ommen als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van de kantonrechter in deze rechtbank van 13 februari 2008.