ECLI:NL:RBUTR:2008:BC2807
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij aannemingsovereenkomst met werkzaamheden op meerdere locaties
In deze zaak stond de relatieve bevoegdheid van de rechtbank Utrecht ter discussie in een geschil over betaling van facturen uit hoofde van een aannemingsovereenkomst. Nebel BVBA voerde aan dat de rechtbank Utrecht niet bevoegd was omdat de werkzaamheden voornamelijk in andere arrondissementen waren uitgevoerd.
De rechtbank paste de uitleg van artikel 5 lid 1 sub b van Pro Verordening 44/2001 toe, waarbij de plaats van de hoofdlevering van diensten bepalend is voor de relatieve bevoegdheid. Dit is de plaats waar het grootste financiële belang aan diensten is verricht, niet noodzakelijkerwijs waar de meeste uren zijn gewerkt.
Uit de facturen bleek dat het hoogste bedrag was gefactureerd voor werkzaamheden in het arrondissement ’s-Gravenhage. Daarom oordeelde de rechtbank dat de rechtbank ’s-Gravenhage relatief bevoegd is en verwees de zaak daarheen. Nebel werd veroordeeld in de proceskosten van het incident.
Uitkomst: De rechtbank Utrecht verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank ’s-Gravenhage wegens de plaats van de voornaamste verstrekking van diensten.