ECLI:NL:RBUTR:2008:BC2349
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot begroting nakosten deurwaarderskosten na beslaglegging
De kantonrechter van de rechtbank Utrecht behandelde op 9 januari 2008 een verzoek van Lindorff Purchase B.V. tot begroting van nakosten zoals bedoeld in artikel 237 lid 4 Rv Pro. Verzoekster stelde dat naast de beslaglegging ook andere werkzaamheden waren verricht die nakosten rechtvaardigen.
De rechter stelde vast dat voor ambtshandelingen van deurwaarders vaste tarieven gelden die een honorariumcomponent bevatten. Alleen substantiële werkzaamheden anders dan ambtshandelingen kunnen leiden tot toekenning van nakosten. Uit de stukken en de mondelinge behandeling bleek onvoldoende dat dergelijke substantiële activiteiten hadden plaatsgevonden.
De kantonrechter oordeelde dat herhaalde aanmaningen en het ontvangen van het bedrag niet voldoende zijn. Ook werkzaamheden zoals het ontvangen, bespreken en voorbereiden van de executie van het vonnis vallen niet onder noemenswaardige diensten voor nakosten. Daarom werd het verzoek afgewezen en werd verzoekster veroordeeld in de proceskosten, welke nihil werden begroot.
Uitkomst: Verzoek tot begroting van nakosten werd afgewezen wegens gebrek aan substantiële werkzaamheden naast beslaglegging.