ECLI:NL:RBUTR:2007:BG5527
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontheffing non-concurrentiebeding en vergoeding na ontslag
De werknemer, [B.], was sinds 1 september 2003 in dienst bij Darboven als routevertegenwoordiger. Vanwege bedrijfseconomische redenen werd zijn dienstverband op verzoek van Darboven ontbonden met ingang van 16 september 2007, waarbij een ontbindingsvergoeding werd toegekend. [B.] wilde bij Café Automatic in dienst treden, een directe concurrent in dezelfde branche en regio.
[B.] vorderde in kort geding ontheffing van het non-concurrentiebeding dat hem verbiedt in de koffiebranche werkzaam te zijn gedurende één jaar na beëindiging van het dienstverband. Tevens vorderde hij een vergoeding ter hoogte van zijn maandsalaris over de periode van beperking en betaling van kosten aan zijn raadsman.
De kantonrechter oordeelde dat het non-concurrentiebeding geldig en duidelijk is en dat Café Automatic een directe concurrent is. Het belang van Darboven bij handhaving van het beding weegt zwaarder dan het belang van [B.] bij indiensttreding bij Café Automatic. Verder heeft [B.] onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij ernstig wordt belemmerd, mede omdat hij in de eerste weken na ontslag een redelijk inkomen heeft verdiend en geen serieuze sollicitatiepogingen buiten de branche heeft gedaan.
De gevorderde vergoeding en betaling aan de raadsman werden eveneens afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en gebrek aan aannemelijkheid. [B.] werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot ontheffing non-concurrentiebeding en vergoeding afgewezen; werknemer veroordeeld in proceskosten.