ECLI:NL:RBUTR:2007:BC2699
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Bender
- P.K. van Riemsdijk
- A.G. Bakker
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen van handel in hasj met taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf
De rechtbank Utrecht heeft op 21 december 2007 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen van handel in hasj in de periode van september 2006 tot januari 2007. De tenlastelegging betrof betrokkenheid bij twee transporten van grote hoeveelheden hasj, bestemd voor verdere verspreiding.
De bewijsvoering berustte op verklaringen van medeverdachten, telefoongesprekken, en vondsten bij een huiszoeking. De verklaringen van medeverdachten werden als betrouwbaar beoordeeld en ondersteund door andere bewijsmiddelen. Verdachte maakte gebruik van zijn zwijgrecht en nam geen verantwoordelijkheid.
De rechtbank oordeelde dat verdachte geen centrale rol had, maar als tussenpersoon fungeerde. Gezien de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden werd een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden opgelegd, aangevuld met een taakstraf van 180 uur en een geldboete van 5.000 euro. Tevens werden twee plakken hasj onttrokken aan het verkeer.
De straf is mede gebaseerd op het feit dat verdachte financieel gewin nastreefde en de handel in softdrugs de volksgezondheid schaadt. De uitspraak weerspiegelt een evenwichtige afweging tussen de ernst van het delict en de rol van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden, een taakstraf van 180 uur en een geldboete van 5.000 euro.