ECLI:NL:RBUTR:2007:BC0311
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H. Maaijen
- R. in ’t Veld
- Rechtspraak.nl
Belanghebbende erkend bij besluit onttrekking op- en afritten A2 Utrecht ondanks niet-ontvankelijkheid zienswijzen
Eiser, wonende in de wijk Oog in Al te Utrecht, maakte bezwaar tegen het besluit van 9 november 2007 waarbij de op- en afritten van de rijksweg A2 bij Utrecht Oog in Al aan het openbaar verkeer werden onttrokken. Verweerder stelde dat eiser geen belanghebbende was omdat de onttrekking geen bepaalbare wijziging van de verkeerssituatie zou veroorzaken. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat eiser wel degelijk een rechtstreeks en onderscheidbaar belang had vanwege de verwachte toename van verkeer op de nabijgelegen Martin Luther Kinglaan, waardoor het beroep ontvankelijk werd verklaard.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verweerder ten onrechte de zienswijzen van eiser niet-ontvankelijk had verklaard, waardoor het bestreden besluit vernietigd werd. Desondanks werden de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten omdat de belangenafweging door verweerder redelijk was en het bestemmingsplan en uitwerkingsplannen de onttrekking niet dwingend voorschrijven.
Verder werd vastgesteld dat nader onderzoek naar luchtkwaliteitsgevolgen niet noodzakelijk was omdat dit reeds was meegenomen in eerdere plannen en onderzoeken. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de hoofdzaak reeds voldoende was beoordeeld.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.