ECLI:NL:RBUTR:2007:BC0304
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Belanghebbende erkend bij besluit onttrekking op- en afritten Rijksweg A2 ondanks niet-ontvankelijkheid zienswijzen
De zaak betreft het besluit van 9 oktober 2007 van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht om gemeentelijke op- en afritten van de aansluiting Oog in Al op de Rijksweg A2 en de aansluitende fiets- en voetpaden aan het openbaar verkeer te onttrekken. Eiser, wonende nabij de Martin Luther Kinglaan, stelde dat deze onttrekking leidt tot een toename van verkeer op deze weg, wat zijn leefomgeving negatief beïnvloedt.
Verweerder betwistte het belang van eiser als belanghebbende en verklaarde diens zienswijzen niet-ontvankelijk. De voorzieningenrechter oordeelde dat eiser wel degelijk een rechtstreeks en onderscheidend belang heeft bij het besluit, mede vanwege de nabijheid van zijn woning tot de Martin Luther Kinglaan en de mogelijke verkeersverschuivingen. Hierdoor is het beroep ontvankelijk en is het besluit dat de zienswijzen niet-ontvankelijk werden verklaard vernietigbaar.
Ondanks de vernietiging van dit besluit, bepaalde de voorzieningenrechter dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven, omdat het bestemmingsplan Leidsche Rijn en de uitwerkingsplannen een kader bieden waarbinnen de onttrekking past. Tevens stelde de rechter vast dat aanvullend onderzoek naar luchtkwaliteit niet vereist was, gezien eerder TNO-onderzoek en de onherroepelijkheid van de plannen.
De voorzieningenrechter veroordeelde de gemeente Utrecht tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten aan eiser. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de hoofdzaak reeds voldoende duidelijkheid bood.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige belangenafweging en de positie van bewoners als belanghebbenden bij besluiten die hun leefomgeving kunnen beïnvloeden.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt gegrond verklaard, het besluit tot niet-ontvankelijkheid van zienswijzen wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit tot onttrekking blijven in stand.