ECLI:NL:RBUTR:2007:BB8261
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Wijziging geslachtsnaam na huwelijk in het buitenland in strijd met Nederlandse openbare orde
Een Nederlandse vrouw trouwde op 6 februari 2002 in Turkije met een Turkse man, waarbij haar geslachtsnaam volgens het Turkse recht automatisch werd gewijzigd in die van haar echtgenoot. Bij terugkeer in Nederland werd deze naamswijziging in het gemeentelijke basisadministratie (GBA) en haar geboorteakte opgenomen.
De vrouw verzocht op grond van artikel 1:24 BW Pro om verbetering van haar geboorteakte door doorhaling van de latere vermelding van de naamswijziging. Zij stelde dat de automatische naamswijziging discriminatoir was en in strijd met Nederlands recht. De ambtenaar van de burgerlijke stand verweerde zich met artikel 5a Wet conflictenrecht namen (WCN), dat buitenlandse wijzigingen in de persoonlijke staat moet erkennen.
De rechtbank oordeelde dat de wijziging van de geslachtsnaam een ongerechtvaardigd onderscheid tussen man en vrouw inhoudt en daarmee in strijd is met de Nederlandse openbare orde. De rechtbank liet de toepassing van artikel 5a WCN buiten beschouwing en gelastte de doorhaling van de wijziging in de geboorteakte, zodat de vrouw haar oorspronkelijke geslachtsnaam behoudt.
De uitspraak benadrukt het belang van non-discriminatie en de grenzen aan erkenning van buitenlandse rechtshandelingen die strijdig zijn met fundamentele Nederlandse rechtsbeginselen.
Uitkomst: De rechtbank gelast doorhaling van de wijziging van de geslachtsnaam in de geboorteakte, zodat de vrouw haar oorspronkelijke naam behoudt.