ECLI:NL:RBUTR:2007:BB4768
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie en rol persoonsgebonden budget bij draagkrachtberekening
De rechtbank Utrecht behandelde een verzoek tot vaststelling van kinderalimentatie tussen partijen die een affectieve relatie hadden en gezamenlijk twee minderjarige kinderen. De vrouw ontvangt een persoonsgebonden budget (PGB) voor de zorg van een van de kinderen, wat leidde tot discussie over de rol van dit budget bij de alimentatieberekening.
De vrouw stelde dat het PGB niet als inkomen moet worden meegenomen vanwege fluctuaties, het ontbreken van pensioenopbouw en sociale premies, en de toekomstige vermindering van het budget. De man ging uit van het PGB als inkomen bij de draagkrachtberekening, maar niet bij de behoeftebepaling.
De rechtbank oordeelde dat het PGB als inkomen moet worden beschouwd, gecorrigeerd met een bedrag voor pensioenopbouw en inkomensverzekering. Het netto gezinsinkomen tijdens de samenleving was hoger dan € 5.000 per maand, wat leidde tot een behoefte van € 610 per kind per maand. De draagkrachtverdeling resulteerde in een bijdrage van de man van € 265 per kind per maand tot 1 oktober 2007, daarna € 280, en een corresponderend aandeel van de vrouw.
Verder werden kostenposten zoals omgangskosten en autokosten niet meegenomen vanwege het ontbreken van omgang en het feit dat de vrouw de auto uit eigen vermogen financierde. De rechtbank wees het verzoek tot vergoeding van reiskosten van de man af, omdat de reiskostenvergoeding van zijn werkgever voldoende werd geacht.
De rechtbank bepaalde de alimentatiebedragen en wees het meer of anders verzochte af, waarbij partijen hun eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: De man moet vanaf 1 januari 2007 kinderalimentatie betalen van € 265 per kind per maand, verhoogd naar € 280 per kind per maand vanaf 1 oktober 2007.