ECLI:NL:RBUTR:2007:BB4082
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.P. Gerrits-Janssens
- H. Gorter
- G. van Zeben
- Rechtspraak.nl
Weigering inschrijving kinderen in gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens onterecht
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de gemeente Utrecht om zijn twee kinderen niet in te schrijven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA). De gemeente weigerde inschrijving omdat de geboortedata van de kinderen, zoals vermeld in het paspoort van de echtgenote van eiser, twijfelachtig waren en eiser niet voldeed aan het verzoek om geboorteaktes te overleggen.
De rechtbank overwoog dat de identiteit van de kinderen formeel moet worden vastgesteld aan de hand van documenten zoals bedoeld in de Wet op de Identificatieplicht (WID). Het door eiser overgelegde paspoort van zijn echtgenote kon niet als geldig identiteitsbewijs voor de kinderen worden beschouwd. Wel had de gemeente moeten vragen naar het verblijfspasje dat de kinderen op grond van hun verblijfsvergunningen hadden kunnen ontvangen.
Verder oordeelde de rechtbank dat hoewel de geboortedata waarschijnlijk fictief zijn, de gemeente de gegevens met een aantekening over de onjuistheid had kunnen opnemen in de GBA. De weigering tot inschrijving was daarom niet gerechtvaardigd en in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank vernietigde het besluit en bepaalde dat de gemeente binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze overwegingen.
Tot slot veroordeelde de rechtbank de gemeente tot vergoeding van de proceskosten van eiser en het griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en correcte vaststelling van identiteit bij inschrijving in de GBA, zeker in het kader van vreemdelingenrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het besluit van de gemeente Utrecht om de kinderen van eiser niet in te schrijven in de GBA is vernietigd en de gemeente is opgedragen een nieuw besluit te nemen.