ECLI:NL:RBUTR:2007:BB3460
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- W.B. Lakeman
- R. in 't Veld
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vervallenverklaring voorkeursrecht op grond van artikel 8 Wvg
Verzoekers hebben bij verweerder een verzoek ingediend om het gemeentelijk voorkeursrecht op hun percelen, gebaseerd op artikel 8a en artikel 8 van Pro de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg), te laten vervallen. Verweerder stemde in met het vervallen van het voorkeursrecht op grond van artikel 8a, maar weigerde dit voor artikel 8. Verzoekers maakten bezwaar tegen dit besluit en vroegen de voorzieningenrechter om voorlopige voorzieningen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het Regionaal Structuurplan (RSP) 2005-2015 geen concrete beleidsbeslissingen bevat en daarom niet kan worden aangemerkt als een structuurplan in de zin van artikel 36c van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO). Dit betekent dat het voorkeursrecht niet vervallen kon worden verklaard op basis van artikel 8, vijfde lid, onder a, van de Wvg.
Daarnaast vond de voorzieningenrechter dat het verzoek niet spoedeisend was, mede omdat verzoekers onnodig lang hadden gewacht met het indienen van hun verzoek en zij de mogelijkheid hebben om bij een onrechtmatige weigering schadevergoeding te vorderen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
De voorzieningenrechter benadrukte dat het oordeel voorlopig is en geen bindende werking heeft in de bodemprocedure. Verzoekers kunnen in die procedure alsnog een definitief oordeel verkrijgen over de rechtmatigheid van het besluit.
Uitkomst: Het verzoek tot het vervallen verklaren van het voorkeursrecht op grond van artikel 8 van de Wvg wordt afgewezen.