ECLI:NL:RBUTR:2007:BA9990
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- G. van Zeben
- M.P. Gerrits-Janssens
- P. Putters
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken rechtstreeks belang bij ontheffingsbesluit Wbp
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het College bescherming persoonsgegevens (Cbp) waarbij bezwaar tegen een ontheffingsbesluit van 21 juli 2005 werd afgewezen als kennelijk niet-ontvankelijk. Het ontheffingsbesluit verleende aan de Nederlandse Orde van Advocaten toestemming om antecedentenlijsten bij te houden en deze te verstrekken aan tuchtrechtelijke organen.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen rechtstreeks belang heeft bij het ontheffingsbesluit, omdat de gevolgen van het besluit pas in de toekomst kunnen optreden wanneer de Deken van de Orde daadwerkelijk tuchtrechtelijke gegevens verwerkt en verstrekt. Het enkele feit dat gegevens over eiser zijn verwerkt maakt hem nog geen belanghebbende bij het besluit zelf.
De rechtbank benadrukt dat het belang pas ontstaat bij een besluit op een verzoek tot verbetering, verwijdering of afscherming van persoonsgegevens, waarop eiser zich kan beroepen. Het beroep van eiser wordt daarom ongegrond verklaard en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van rechtstreeks belang bij het ontheffingsbesluit.