ECLI:NL:RBUTR:2007:BA9958

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
19 juli 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
16/510825-06
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 198 SvArt. 317 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Heropening en schorsing onderzoek met observatie verdachte in Pieter Baan Centrum

De rechtbank Utrecht heeft op 19 juli 2007 besloten het strafonderzoek in de zaak tegen de verdachte te heropenen en te schorsen. Dit besluit volgt op het inzicht dat het onderzoek niet volledig was, met name vanwege onvoldoende informatie over de persoon van de verdachte. De rechtbank acht het noodzakelijk dat de verdachte wordt opgenomen in het Pieter Baan Centrum te Utrecht voor een persoonlijkheidsonderzoek door twee gedragsdeskundigen.

Het onderzoek wordt geschorst voor een periode van maximaal drie maanden, waarin het persoonlijkheidsonderzoek zal plaatsvinden. De rechtbank draagt het nader onderzoek op aan de rechter-commissaris en verzoekt de officier van justitie het persoonsdossier van de verdachte toe te voegen aan het dossier. Tevens worden de oproeping van de verdachte, zijn raadsman en de benadeelde partijen voor een nader te bepalen zitting bevolen.

Deze maatregel is genomen op grond van artikel 198 en Pro 317 van het Wetboek van Strafvordering, waarbij de rechtbank de ernst van de ten laste gelegde feiten en het belang van een gedegen persoonlijkheidsonderzoek heeft meegewogen. Het tussenvonnis is gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht en uitgesproken op een openbare terechtzitting.

Uitkomst: Het onderzoek wordt heropend en geschorst voor maximaal drie maanden voor observatie van de verdachte in het Pieter Baan Centrum.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT
Sector strafrecht
Parketnummer(s): 16/510825-06
Datum uitspraak: 19 juli 2007
Tussenvonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak gewezen in de zaak tegen:
[Verdachte]
geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichtingen Utrecht, Huis van Bewaring locatie Nieuwegein, te Nieuwegein.
Raadsman: mr. O.M. Karam.
Dit tussenvonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 5 juli 2007.
De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaarding is omschreven.
Van de dagvaarding is een kopie als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De inhoud van deze bijlage geldt als hier ingevoegd.
Overweging
Na de sluiting van het onderzoek is tijdens de beraadslaging gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest.
De rechtbank acht zich, mede in aanmerking nemende de aard en de ernst van de ten laste gelegde feiten, met name niet voldoende ingelicht omtrent de persoon van de verdachte en acht het noodzakelijk dat alsnog over hem wordt gerapporteerd. De rechtbank zal daartoe bevelen dat de verdachte zal worden overgebracht naar het Pieter Baan Centrum te Utrecht ter observatie nu naar het oordeel van de rechtbank dit onderzoek niet voldoende op een andere wijze kan plaatsvinden.
De rechtbank heeft gelet op artikel 198 en Pro 317 van het Wetboek van Strafvordering.
Daarom zal het onderzoek worden heropend en geschorst.
De stukken zullen in handen van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, worden gesteld, opdat:
- de verdachte ter beantwoording van de gebruikelijke vragen omtrent de persoonlijkheid van verdachte, verdachtes geestvermogens, de mate waarin de feiten - indien bewezen - hem zijn toe te rekenen en voorts de aan te bevelen straf en/of maatregel, ter observatie zal worden opgenomen in het Pieter Baan Centrum te Utrecht, van welk persoonlijkheidsonderzoek door twee gedragsdeskundigen op de gebruikelijke wijze rapport moet worden uitgebracht;
Voorts verzoekt de rechtbank de officier van justitie het blijkens het uittreksel uit het justitieel documentatieregister kennelijk aanwezige persoonsdossier van verdachte toe te voegen aan het dossier.
In de omstandigheid dat er enige tijd mee gemoeid zal zijn alvorens het onderzoek in het Pieter Baan Centrum verricht zal zijn, ziet de rechtbank klemmende reden om het onderzoek voor langere duur dan één maand te schorsen. Zij stelt de uiterste termijn waarbinnen het onderzoek ter terechtzitting dient te worden hervat op drie maanden.
DE BESLISSING
De rechtbank beslist als volgt:
heropent en schorst het onderzoek en beveelt dat het onderzoek zal worden hervat op een nader te bepalen terechtzitting binnen 3 maanden na heden;
draagt aan de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, het in dit tussenvonnis omschreven nader onderzoek op en stelt daartoe de stukken in handen van die rechter-commissaris;
verzoekt de officier van justitie het kennelijk aanwezige persoonsdossier van verdachte toe te voegen aan het dossier;
beveelt de oproeping van de verdachte, tegen het tijdstip van een nader te bepalen terechtzitting;
beveelt de kennisgeving aan de raadsman van de verdachte van het tijdstip van die nader te bepalen terechtzitting;
beveelt de oproeping van de benadeelde partijen tegen het tijdstip van die nader te bepalen terechtzitting.
Dit tussenvonnis is gewezen door mrs W. Foppen, D.C.P.M. Straver en A.M.M.E. Doekes, bijgestaan door mr. A. van Beek als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 19 juli 2007.