ECLI:NL:RBUTR:2007:BA9951
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- H.J. Schepen
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid van staking bij vervoersbedrijf BBA in belangengeschil over arbeidsvoorwaarden
BBA Personenvervoer en Personeelsvoorziening Brabants Busvervoer (PBB) verzorgden het openbaar vervoer in West- en Midden-Brabant. Na gunning van de concessie in 2006 werd een 14-puntenplan opgesteld dat arbeidsvoorwaarden en werktijden regelde, maar FNV Bondgenoten, die 70% van de vakbondsleden vertegenwoordigt, verzette zich tegen dit plan vanwege financiële en werkgelegenheidsgevolgen. Na mislukte onderhandelingen riep FNV Bondgenoten op tot staking op 2 juli 2007.
BBA stelde dat de staking onrechtmatig was omdat het geen belangengeschil betrof maar een rechtsgeschil over de geldigheid van het 14-puntenplan, en dat FNV Bondgenoten procedureregels had veronachtzaamd. De voorzieningenrechter stelde vast dat het recht op collectieve actie wordt beschermd door artikel 6 lid 4 van Pro het Europees Sociaal Handvest (ESH) en dat het geschil een belangengeschil is dat onder dit artikel valt.
De rechter oordeelde dat het 14-puntenplan financiële consequenties heeft voor werknemers en mogelijk gevolgen voor werkgelegenheid, waardoor het aan vakbonden is om hierover te onderhandelen. Er was geen bewijs dat FNV Bondgenoten zwaarwegende procedureregels had geschonden. De vorderingen van BBA werden afgewezen en FNV Bondgenoten mocht de staking voortzetten. BBA werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wees de vorderingen van BBA af en verklaarde de staking door FNV Bondgenoten rechtmatig.