ECLI:NL:RBUTR:2007:BA9375
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad bank bij aandelenlease door schending zorgplicht, dwaling afgewezen
Eiser sloot in 2000 acht aandelenleaseovereenkomsten met Levob Bank, waarbij hij effecten kocht met geleend geld en maandelijks rente betaalde. Na verkoop van de effecten ontstond een restschuld van ruim €28.000, die eiser betaalde. Eiser stelde dat hij onvoldoende was gewaarschuwd voor het risico van een restschuld en dat hij door dwaling de overeenkomsten had gesloten.
De rechtbank oordeelde dat eiser de folder en overeenkomsten had kunnen lezen en zich bewust had moeten zijn van de risico’s, waardoor het beroep op dwaling werd afgewezen. Wel stelde de rechtbank vast dat Levob haar bijzondere zorgplicht jegens particuliere beleggers had geschonden door onvoldoende en onvoldoende specifieke waarschuwingen te geven over het restschuldrisico en onvoldoende informatie in te winnen over de financiële positie van eiser.
De schending van de zorgplicht kwalificeerde als een onrechtmatige daad. Er was causaal verband tussen de tekortkoming van Levob en het sluiten van de overeenkomsten. De schadevergoeding werd vastgesteld op 60% van de betaalde rente en restschuld, waarbij 40% voor rekening van eiser bleef wegens eigen schuld. Daarnaast werd Levob veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep op dwaling af, maar veroordeelt Levob tot betaling van 60% van de schade wegens schending van haar zorgplicht en onrechtmatige daad.