ECLI:NL:RBUTR:2007:BA9026
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Maaijen
- D.A.C. Koster
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde en cultuurgrondvrijstelling voor bosgrond afgewezen
Eiseres maakte bezwaar tegen de WOZ-waardebepaling van twee onroerende zaken, waaronder een perceel met bosgrond, en vorderde toepassing van de cultuurgrondvrijstelling voor bedrijfsmatig geëxploiteerde landbouw- en bosgrond. De rechtbank oordeelde dat verweerder de oorspronkelijke waardebepaling niet langer handhaafde, waardoor de eerdere beschikking in strijd was met de Awb.
Tijdens het proces bereikten partijen overeenstemming over de waardes van woning en directe ondergrond, maar bleef de vraag open of de bosgrond bedrijfsmatig werd geëxploiteerd. Eiseres stelde zich op het standpunt dat zij als bosbouwonderneming geregistreerd was en beschikte over vergunningen en machines, maar kon geen recente verkoopbewijzen of een bedrijfsplan overleggen.
De rechtbank stelde vast dat de bewijslast voor bedrijfsmatige exploitatie bij eiseres lag en dat zij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het bosperceel met het oogmerk op winst werd geëxploiteerd. Registraties en vergunningen waren indicatief maar niet doorslaggevend. De rechtbank wees de cultuurgrondvrijstelling af en stelde de waarde van de bosgrond vast op €212.000,-, waarmee de totale WOZ-waarde van het perceel werd verlaagd tot €1.575.000,-. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en kosten deskundige.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de eerdere WOZ-beschikking en stelt lagere waarden vast, waarbij de cultuurgrondvrijstelling voor bosgrond wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van bedrijfsmatige exploitatie.