ECLI:NL:RBUTR:2007:BA1586
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling financieringsrisico’s en redelijkheid en billijkheid in DLO-overeenkomst tussen HvU en O&O
De zaak betreft een geschil tussen de besloten vennootschap Opleiding en Ontwikkeling Breda B.V. (O&O) en de Stichting Hogeschool van Utrecht (HvU) over de financiële risicoverdeling in hun DLO-overeenkomst. HvU vordert dat O&O het bedrag vergoedt dat HvU is misgelopen door terugvordering van rijksbijdragen door het ministerie vanwege het niet naleven van het lesplaatsbeginsel.
De rechtbank heeft uitgebreid getuigenverklaringen van betrokkenen bij de totstandkoming van de DLO-overeenkomsten van 1999 en 2000 bestudeerd. Uit deze verklaringen blijkt dat partijen een financieringsstructuur hebben afgesproken waarbij de vergoeding voor O&O gebaseerd is op de werkelijke ontvangsten van HvU, met afdekking van risico’s bij wijzigingen in bekostigingsregels. Echter, partijen hebben niet voorzien dat het ministerie reeds uitgekeerde rijksbijdragen zou terugvorderen.
De rechtbank concludeert dat partijen geen contractuele afspraken hebben gemaakt over de risicoverdeling bij terugvordering van rijksbijdragen. Gezien de omstandigheden dient de overeenkomst op grond van redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 BW Pro) te worden aangevuld. De rechtbank gelast een comparitie om te bepalen voor wiens risico de terugvordering komt en in welke mate. Daarnaast wordt de vordering van HvU vermeerderd en wordt het bezwaar van O&O tegen deze vermeerdering afgewezen. De beslissing in (deels voorwaardelijke) reconventie wordt aangehouden en hoger beroep op het tussenvonnis toegestaan.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en gelast een comparitie om de risicoverdeling van de terugvordering van rijksbijdragen te bepalen.