ECLI:NL:RBUTR:2007:AZ9761
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verklaring omtrent het gedrag vanwege onjuiste beleidsinterpretatie
Eiser verzocht op 26 oktober 2005 om een verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor een functie als locatieleider van een basisschool. De Minister van Justitie weigerde de afgifte van de VOG op 10 april 2006, waarna eiser bezwaar maakte. De Minister handhaafde het besluit op 19 juli 2006. Eiser stelde beroep in tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar en tegen het bestreden besluit.
De rechtbank oordeelde dat de Minister de beleidsregels omtrent de VOG onjuist interpreteerde, met name over de betekenis van 'enige tijd in de gevangenis doorgebracht' en de toepassing van de vierjaarstermijn. Tevens werd onvoldoende rekening gehouden met de kans op recidive, terwijl dit volgens de beleidsregels wel een relevante subjectieve factor is. De rechtbank stelde vast dat de Minister de beslissing niet zorgvuldig had voorbereid en onvoldoende had gemotiveerd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar niet-ontvankelijk omdat inmiddels een besluit was genomen, maar verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit gegrond. Het besluit werd vernietigd en de Minister werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de Minister veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van eiser.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de VOG wordt vernietigd en de Minister moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.