ECLI:NL:RBUTR:2006:AZ8639
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Krol
- H. Phaff
- E.J. van Rijssen
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit internationale XTC-handel
De rechtbank Utrecht heeft op 24 november 2006 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen verdachte, die een leidinggevende rol had in een internationale XTC-organisatie. De ontnemingsvordering betrof het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel door uitvoer en verkoop van MDMA-tabletten naar de Verenigde Staten en Australië in de periode van december 1999 tot augustus 2000 en daarna.
De rechtbank baseerde haar oordeel op verklaringen van getuigen, waaronder een belangrijke getuige die details gaf over de omvang van de zendingen, verkoopprijzen en productiekosten. De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel werd zorgvuldig gemaakt, waarbij een winstpercentage van 28% werd gehanteerd. Ook werd rekening gehouden met productiekosten en de omvang van de verschillende zendingen.
De rechtbank verwierp het verweer van de raadsman dat de redelijke termijn was overschreden en dat de onschuldpresumptie in de weg stond aan ontneming over de periode waarin verdachte was vrijgesproken. De vordering werd beperkt tot de periode vanaf december 1999, omdat voor de eerdere periode onvoldoende bewijs was voor wederrechtelijk voordeel.
De rechtbank legde aan verdachte de verplichting op tot betaling van het geschatte bedrag van €4.144.491,87 aan de Staat. Verdachte stelde niet aannemelijk dat hij niet zou kunnen betalen. De rechtbank wees het meer of anders gevorderde af en wees op de mogelijkheid van betalingsregeling en latere matiging bij betalingsonmacht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot betaling van €4.144.491,87 aan wederrechtelijk verkregen voordeel.