ECLI:NL:RBUTR:2006:AZ7853
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor onbevoegd wapenbezit ondanks beroep op noodweer
Op 22 december 2005 nam verdachte op verzoek van een familielid een pistool en munitie in bewaring, uit vrees voor mogelijke dreigingen binnen de familie. Verdachte en zijn vriendin stopten het pistool in een tas en wilden het later aan de politie overdragen, maar werden kort daarna door de politie aangehouden.
De verdediging voerde aan dat sprake was van noodtoestand, omdat het wapen uit bescherming voor een familielid werd bewaard. De rechtbank oordeelde echter dat er geen acuut levensgevaar bestond dat het overnemen van het pistool rechtvaardigde. Ook waren minder ingrijpende middelen beschikbaar, zoals het direct afgeven van het wapen aan de politie.
De politierechter achtte het bewezen dat verdachte het vuurwapen en de munitie onbevoegd in bezit had, en verwierp het beroep op noodweer. Gezien de ernst van het feit en de eerdere veroordeling van verdachte voor soortgelijk delict, werd een werkstraf van 90 uur met een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand opgelegd.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 90 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand wegens onbevoegd wapenbezit; het beroep op noodweer werd verworpen.