ECLI:NL:RBUTR:2006:AZ5013
Rechtbank Utrecht
- Raadkamer
- P. Bender
- Rechtspraak.nl
Toekenning verhoogde schadevergoeding na onterechte inverzekeringstelling en vrijspraak
Verzoekster is op twee momenten in november en december 2005 in verzekering gesteld wegens verdenking van een ernstig delict tegen een familielid. Op 3 april 2006 is haar een kennisgeving van niet verdere vervolging betekend, waarbij werd vastgesteld dat zij ten onrechte als verdachte was aangemerkt.
De rechtbank heeft op 21 december 2006 in de raadkamer besloten verzoekster een hogere dan gebruikelijke vergoeding toe te kennen voor de twee dagen inverzekeringstelling, namelijk € 2.000,-, vanwege de ernst van het delict en de intensiteit van het verhoor. Daarnaast werden de kosten van een therapeut/traumabehandelaar van € 985,67 volledig toegewezen omdat deze rechtstreeks verband hielden met de vrijheidsbeneming.
Verder werd op grond van billijkheid een vergoeding van € 12.731,33 aan kosten voor de raadsman toegekend, ondanks het verweer van de officier van justitie dat niet alle uren tegen het hoogste tarief konden worden berekend. Het totale toegekende bedrag bedroeg € 13.271,33. Het verzoek op grond van artikel 591a Sv werd deels toegewezen, waarbij een standaardvergoeding van € 540,- voor het indienen en toelichten van verzoekschriften werd toegekend.
De rechtbank besloot de verzoeken conform deze bedragen toe te wijzen en de overige verzoeken af te wijzen. De beslissing werd uitgesproken door rechter P. Bender in aanwezigheid van griffier A.J.M. Spruijt.
Uitkomst: Verzoekster krijgt een schadevergoeding van € 13.271,33 toegekend wegens onterechte inverzekeringstelling en gemaakte kosten.