ECLI:NL:RBUTR:2006:AZ4658
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.C. Quik-Schuijt
- Rechtspraak.nl
Geen verbeurde dwangsommen voor Bureau Jeugdzorg bij omgangsregeling onder toezicht
De zaak betreft een geschil tussen Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht (BJZ) en een vader over de nakoming van een omgangsregeling met diens ondertoezicht gestelde dochter. Na een aangifte van seksueel misbruik werd de omgangsregeling opgeschort. De vader startte een kort geding om BJZ te dwingen medewerking te verlenen aan de omgangsregeling, waarbij de voorzieningenrechter BJZ veroordeelde tot medewerking onder dwangsom.
BJZ gaf een schriftelijke aanwijzing aan de moeder om de omgang mogelijk te maken. De moeder weigerde echter de dochter naar de vader te brengen, waardoor het omgangsweekend niet doorging. BJZ stelde dat zij aan haar verplichtingen had voldaan en dat de moeder niet meewerkte. Het hof schortte de tenuitvoerlegging van de dwangsommen op, maar liet de medewerking van BJZ aan de omgangsregeling in stand.
De voorzieningenrechter oordeelde dat BJZ haar medewerkingsplicht had nagekomen door de schriftelijke aanwijzing en het telefonisch contact met de moeder. Daarom zijn geen dwangsommen door BJZ verbeurd en moet de vader de executie staken. Verzoeken tot schadevergoeding en terugbetaling van zekerheidsstelling werden afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Geen dwangsommen zijn verbeurd door Bureau Jeugdzorg en de vader moet de executie staken.