ECLI:NL:RBUTR:2006:AZ3435
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- W. van Veen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing ontruiming camping en opheffing conservatoir beslag
Hof van Ede B.V. verwierf in 2002 een perceel grond te Maarssen waarop een camping werd geëxploiteerd. Eiser huurt daar een standplaats met een stacaravan. Hof van Ede beëindigde de huurovereenkomst per 31 december 2004 om vakantiewoningen te bouwen. De kantonrechter oordeelde dat eiser de standplaats binnen 26 weken na betekening moest ontruimen. Eiser ging in beroep en vorderde in kort geding schorsing van de ontruiming totdat het hoger beroep was beslist, of betaling van een voorschot op schadeloosstelling. Tevens werd conservatoir beslag gelegd op het perceel met recreatiewoningen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat schorsing van de ontruiming niet gerechtvaardigd was. Er was geen sprake van een juridische of feitelijke misslag in het vonnis van de kantonrechter en ook geen noodtoestand aan de zijde van eiser. De belangen van Hof van Ede bij spoedige ontruiming waren zwaarwegend vanwege bouwplannen en verkoop van woningen. De vordering tot betaling van een voorschot werd afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid en strikte eisen in kort geding.
In reconventie werd de opheffing van het conservatoir beslag gevorderd. Hof van Ede stelde dat het beslag onnodig was en haar exploitatie belemmerde. De rechter oordeelde dat het beslag onnodig was en heeft dit opgeheven. De proceskosten werden deels aan eiser opgelegd en deels gecompenseerd.
Het vonnis bevestigt de uitvoerbaarheid van het ontruimingsvonnis en maakt duidelijk dat de schadevergoeding losstaat van ontruiming. De procedure toont de belangenafweging tussen huurdersbescherming en ontwikkelingsplannen van grondeigenaar.
Uitkomst: Verzoek tot schorsing ontruiming afgewezen en conservatoir beslag opgeheven.