ECLI:NL:RBUTR:2006:AZ0032
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak bezwaar WOZ-waarde wegens onvoldoende rekening houden met objectverschillen
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2003 en voert aan dat de gebruikte referentiewoningen luxer zijn en dat de bouwkundige staat van zijn woning slecht is. Verweerder heeft de waarde vastgesteld op basis van een taxatierapport en vergelijkbare referentiewoningen. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat met de verschillen tussen het object en de referentiewoningen voldoende rekening is gehouden, met name gelet op de slechte bouwkundige staat en erfpacht.
De rechtbank stelt vast dat de bevoegdheid tot het doen van de uitspraak op bezwaar correct is gemandateerd en dat het intrekken van een eerdere niet-ontvankelijkverklaring niet in strijd is met de wet. De rechtbank vernietigt de bestreden uitspraak op bezwaar en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuwe uitspraak te doen. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
De uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering en het zorgvuldig verzamelen van relevante feiten bij het vaststellen van de WOZ-waarde, waarbij rekening moet worden gehouden met alle waardebepalende factoren zoals bouwkundige staat en erfpachtvoorwaarden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuwe uitspraak te doen.