ECLI:NL:RBUTR:2006:AY4048
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens verjaring bij consumentenkoop badkamer
Eiseres, een vennootschap onder firma, leverde in januari 2000 een badkamer aan gedaagde, die tevens twee badkamers had besteld in oktober 1999. De tweede badkamer werd op verzoek van gedaagde niet geleverd. Eiseres vorderde ontbinding van de overeenkomst voor de tweede badkamer en schadevergoeding.
Gedaagde voerde verjaring aan, primair de korte verjaringstermijn van twee jaar uit artikel 7:28 BW Pro voor consumentenkoop, subsidiair de algemene verjaringstermijn van vijf jaar. De rechtbank oordeelde dat de vordering onder artikel 7:28 BW Pro valt en dat de verjaringstermijn was verstreken, aangezien de vordering had moeten worden ingesteld binnen twee jaar na het moment dat eiseres bekend werd met het niet afnemen van de tweede badkamer.
De rechtbank verwierp het verweer van eiseres dat de verjaringstermijn niet van toepassing zou zijn op de schadevergoeding en dat de redelijkheid en billijkheid verjaring in de weg stonden. Er was geen stuiting van de verjaring en geen omstandigheden die het beroep op verjaring zouden verhinderen.
De rechtbank wees de vordering af en veroordeelde eiseres in de proceskosten van gedaagde, begroot op €1.059,00. Het vonnis werd gewezen door mr. C.J.H.G. Bronzwaer en uitgesproken op 12 juli 2006.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens verjaring en veroordeelt eiseres in de proceskosten.