ECLI:NL:RBUTR:2006:AW0918
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling van overwaarde woning en verrekening huwelijkse voorwaarden
De rechtbank Utrecht behandelde een geschil tussen een man en vrouw over de verdeling van de overwaarde van hun voormalige echtelijke woning en de verrekening van vermogen en schulden op basis van huwelijkse voorwaarden.
De man vorderde een deel van de overwaarde van de woning, waarbij de rechtbank oordeelde dat de hypotheeklening gemeenschappelijk was en de overwaarde verdeeld moest worden, ondanks dat de woning op naam van de vrouw stond. De rechtbank stelde 6 juli 1999 als peildatum voor de verrekening van spaartegoeden en schulden vast.
Verder werd vastgesteld dat de man recht had op de helft van het overgespaarde vermogen en dat schulden die waren aangegaan voor de gezamenlijke huishouding als gemeenschappelijk moesten worden beschouwd. De vrouw werd veroordeeld tot betaling aan de man van een bedrag van EUR 3.384,80, en de proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten. De rechtbank bevestigde dat de auto eigendom van de man was en dat een vergoeding aan de vrouw pas aan de orde was bij teruggave van de auto.
Uitkomst: De vrouw is veroordeeld tot betaling van EUR 3.384,80 aan de man en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.