ECLI:NL:RBUTR:2006:AV6430
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. van Delft-Baas
- H.M.M. Steenberghe
- E. Bongers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling chronisch pijnsyndroom en causaal verband in letselschadezaak
In deze civiele procedure staat de vaststelling van letselschade door een chronisch pijnsyndroom centraal, dat eiser heeft opgelopen na een incident op 25 september 1998. Neuroloog Beijersbergen stelde vast dat eiser lijdt aan een mild myovertebrogeen pijnsyndroom met pseudoradiculaire uitstraling, dat objectief is geconstateerd en niet ingebeeld of overdreven is. Het rapport bevestigt dat zonder het incident deze klachten waarschijnlijk niet zouden zijn ontstaan.
De gedaagde partij betwist het causaal verband deels en wijst op psychosociale factoren die het pijnsyndroom mede zouden beïnvloeden. De rechtbank oordeelt echter dat deze factoren het causaal verband in de zin van artikel 6:98 BW Pro niet uitsluiten, en dat ook klachten zonder duidelijke anatomische afwijkingen als letsel kunnen gelden indien zij objectief zijn vastgesteld.
De rechtbank wijst erop dat het chronisch pijnsyndroom therapeutisch behandelbaar is en dat het mogelijk is dat eiser volledig herstelt. Daarom wordt een comparitie bevolen om de actuele situatie te bespreken, de invloed van behandeling te beoordelen en de noodzaak van een arbeidsdeskundig onderzoek te bepalen. Tevens wordt een minnelijke regeling nagestreefd. De beslissing wordt aangehouden totdat deze aanvullende informatie is verkregen.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en beveelt een comparitie om de actuele situatie en schade nader te onderzoeken.