ECLI:NL:RBUTR:2006:AV2091
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.J. van Binsbergen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling agrarische voortzettingswaarde bij echtscheiding met toepassing fiscaal rekenmodel
In deze zaak bij de Rechtbank Utrecht staat de waardering van een agrarisch bedrijf centraal in het kader van de vermogensrechtelijke afwikkeling van een echtscheiding. De rechtbank bouwt voort op eerdere tussenvonnissen en benoemt een deskundige die een fiscaal rekenmodel toepast om de voortzettingswaarde van het bedrijf objectief vast te stellen.
De deskundige definieert agrarische waarde als de waardering waarbij na vergoeding aan de uittredende vennoot een lonende voortzetting van het bedrijf mogelijk blijft. Het fiscale model, gebaseerd op een besluit van de Staatssecretaris van Financiën, wordt door de rechtbank als geschikt beoordeeld, mits het recht doet aan subjectieve elementen zoals de mogelijkheid van langdurige voortzetting en alimentatieverplichtingen.
De rechtbank gaat uitgebreid in op bezwaren van de gedaagde, zoals de toepassing van actuele normen, de rol van financiering, en de vraag of correcties nodig zijn voor belastingclaims en rentabiliteit. De deskundige wordt opgedragen nadere toelichtingen en aanpassingen te geven. Tevens worden afspraken gemaakt over de kosten en procedurele vervolgstappen.
De rechtbank neemt ook de vorderingen van de eiseres op in geval van verkoop van mest- en melkquotum en activa vóór 2015, met uitzonderingen voor overdracht aan kinderen en voortzetting op andere locaties. De zaak wordt aangehouden voor nadere rapportage en conclusies.
Uitkomst: Deskundige krijgt opdracht nadere vragen te beantwoorden en berekeningen aan te passen; zaak wordt aangehouden voor verdere conclusies.