ECLI:NL:RBUTR:2006:AV1904
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke veroordeling horecaportier voor openlijke geweldpleging tegen bezoeker
Op 16 februari 2006 heeft de politierechter van de rechtbank Utrecht verdachte, werkzaam als horecaportier, veroordeeld voor openlijke geweldpleging in vereniging. De zaak betrof een incident waarbij de aangever voor de ingang van een café had gespuugd naar een collega-portier en vervolgens door verdachte en medeverdachten met geweld naar de grond werd gewerkt.
De politierechter achtte bewezen dat verdachte en zijn medeverdachten de aangever hadden vastgepakt, tegen de grond gedrukt en gecontroleerd, maar niet dat zij hem hadden geslagen of geschopt. Dit oordeel was gebaseerd op camerabeelden en verklaringen die tegenstrijdig waren met getuigenverklaringen van de aangever. Het verweer van noodweer en proportioneel geweld werd afgewezen omdat het geweld niet noodzakelijk was en het initiatief tot geweld uitging van de portiers.
De politierechter hield rekening met de ernst van het feit, het gewelddadige karakter en de locatie in een druk uitgaanscentrum, maar ook met het ontbreken van eerdere veroordelingen van verdachte en het risico dat een veroordeling zijn vergunning zou kosten. De opgelegde straf was een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken met een proeftijd van twee jaar. De vordering van de benadeelde partij werd niet ontvankelijk verklaard en moet bij de burgerlijke rechter worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken wegens openlijke geweldpleging.