ECLI:NL:RBUTR:2006:AV0027
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.C. Quik-Schuijt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omgangsregeling en voortzetting pleeggezinplaatsing in het belang van kinderen onder toezicht
De rechtbank Utrecht behandelde een verzoek tot vervallen verklaring van de aanwijzing van de WSJ met betrekking tot de omgangsregeling tussen moeder en haar uithuisgeplaatste kinderen, die sinds hun geboorte in een pleeggezin wonen. De kinderen zijn prematuur geboren met gezondheidsproblemen, en de pleeggezinplaatsing duurt inmiddels 11 jaar. De moeder wenst de omgangsregeling uit te breiden en uiteindelijk de kinderen terug te nemen, terwijl de pleegmoeder de huidige regeling wil handhaven vanwege de gezondheid van de kinderen.
De rechtbank stelt vast dat de Voorziening voor Pleegzorg niet bevoegd is de pleeggezinplaatsing te beëindigen en dat pleegouders op grond van het EVRM recht hebben op bescherming van hun gezinsleven met de kinderen. Het dreigement om de kinderen bij de pleegmoeder weg te halen wordt als ongerechtvaardigd beoordeeld. De rechtbank benadrukt het belang van continuïteit in de opvoeding en het toekomstperspectief van de kinderen, waarbij het opgroeien in het pleeggezin het uitgangspunt blijft.
Gezien het ontbreken van een onderzoek naar ontheffing van de moeder en het feit dat de kinderen zich goed hebben ontwikkeld in het pleeggezin, wordt de ondertoezichtstelling voortgezet. De omgangsregeling wordt vastgesteld op één keer per zes weken 2,5 uur bij moeder thuis zonder begeleiding, met de verwachting dat moeder en pleegmoeder in overleg rekening houden met de gezondheid van de kinderen. De behandeling wordt aangehouden tot een nader te bepalen zitting in april 2006.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling en pleeggezinplaatsing worden voortgezet met een omgangsregeling van 2,5 uur per zes weken bij moeder thuis zonder begeleiding.