ECLI:NL:RBUTR:2005:AU8873
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- M.J.H. van Meegen
- Rechtspraak.nl
Schorsing last onder dwangsom wegens strijdigheid voorwaarden met artikel 5:32 Awb
Verzoekster, Coöperatie Oosterkade U.A., exploiteert een horecagelegenheid aan de Oosterkade 18 te Utrecht. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Utrecht, legde op 22 november 2005 een last onder dwangsom op om de exploitatie aan te passen omdat deze niet conform de verleende vrijstelling en vergunning zou zijn.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de exploitatie niet voldoet aan de voorwaarden van de vergunning uit 2003, met name omdat de brasserie/café functie niet ondergeschikt is aan het restaurantgebruik en het karakter van het pand in de avonduren meer op een uitgaansgelegenheid lijkt. Verzoekster voerde aan dat het gebruik conform de exploitatievergunning was, maar dit oordeel is niet doorslaggevend voor de vraag of het gebruik in strijd is met de bouw- en milieuvergunning.
Hoewel verweerder bevoegd is handhavend op te treden, oordeelt de voorzieningenrechter dat de opgelegde last onder dwangsom onvoldoende concreet is en verder gaat dan de beëindiging van de overtreding, in strijd met artikel 5:32 Awb Pro. De last legt zelfstandige verplichtingen op die niet voortvloeien uit de vergunning. Daarom wordt het besluit geschorst tot de beslissing op bezwaar. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoekster.
Uitkomst: Het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom wordt geschorst tot de beslissing op bezwaar.