ECLI:NL:RBUTR:2005:AU6961
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid en nakoming franchiseovereenkomst tussen SZWS en franchisenemer
De zaak betreft een geschil tussen SZWS Beheer B.V. en een franchisenemer over de rechtsgeldigheid en nakoming van een franchiseovereenkomst die op 15 juli 2002 zou zijn gesloten. De franchisenemer stelde dat de overeenkomst slechts een intentieverklaring was en betwistte de datum en inhoud. De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst rechtsgeldig is, mede gelet op de ondertekening door beide partijen en de dwingende bewijskracht van de akte.
De franchisenemer voerde tegenbewijs aan met getuigenverklaringen die spraken over de intentieverklaring, maar deze werden door andere getuigen tegengesproken die stelden dat het om definitieve contracten ging. De rechtbank vond de verklaringen van de franchisenemer onvoldoende om het tegenbewijs te leveren.
Verder stelde SZWS dat de franchisenemer toerekenbaar tekortgeschoten is door zonder toestemming haar vestiging over te dragen aan een derde, die een concurrerende keten exploiteerde. De rechtbank oordeelde dat de franchisenemer de contractuele procedure niet heeft gevolgd en daardoor SZWS heeft benadeeld. SZWS vorderde schadevergoeding bestaande uit gemiste franchisefees, reclamekosten en marge over de groothandel.
De rechtbank berekende de schadevergoeding op basis van omzetgegevens en wees de vordering toe tot een bedrag van EUR 13.060,07, rekening houdend met reeds betaalde bedragen en verrekeningen. De reconventionele vorderingen van de franchisenemer werden afgewezen. De franchisenemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de franchiseovereenkomst rechtsgeldig en veroordeelt de franchisenemer tot betaling van EUR 13.060,07 aan SZWS wegens toerekenbare tekortkoming.