ECLI:NL:RBUTR:2005:AU0799
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.C. Quik-Schuijt
- Z.J. Oosting
- P. Putters
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek pleegouders tot terugplaatsing minderjarige bij hen
De minderjarige is sinds december 2000 onder toezicht gesteld en ondergebracht bij pleegouders. Bureau Jeugdzorg (BJZ) verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing in een residentiële instelling, terwijl pleegouders verzochten tot terugplaatsing van de minderjarige bij hen. De rechtbank beoordeelde eerst de ontvankelijkheid van het verzoek van pleegouders en stelde vast dat pleegouders ontvankelijk zijn, omdat zij een gezinsleven met het kind hebben zoals bedoeld in art. 8 EVRM Pro.
De rechtbank baseerde haar beslissing mede op een rapport van Dr. Weterings, waarin werd vastgesteld dat de hechting tussen pleegouders en de minderjarige goed was, maar dat de ontwikkeling van het kind was verstoord door omstandigheden binnen het pleeggezin. Ondanks zorgen over pedagogische mogelijkheden van pleegouders achtte de rechtbank het belang van het kind het meest gediend met terugplaatsing bij de pleegouders.
De rechtbank wees het verzoek van BJZ tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing in een residentiële voorziening af en verleende machtiging tot plaatsing van de minderjarige bij de pleegouders van 1 oktober 2005 tot en met 20 december 2005. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en werd in het openbaar uitgesproken op 10 augustus 2005.
Uitkomst: Het verzoek van pleegouders tot terugplaatsing van de minderjarige bij hen is toegewezen en het verzoek van Bureau Jeugdzorg tot verlenging van uithuisplaatsing is afgewezen.