ECLI:NL:RBUTR:2005:AT7221
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.N. Noorman
- A.J. Smit
- W.H.P. Pronk
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak vrijheidsberoving en veroordeling medeplegen onttrekking minderjarige aan wettig gezag
Op 22 juni 2004 lieten verdachte en zijn partner hun zevenjarige dochter alleen en afgesloten in de woning achter. De rechtbank oordeelt dat dit geen vrijheidsberoving is in de zin van artikel 282 Sr Pro, mede omdat een kind van die leeftijd nog sturing en bescherming nodig heeft en het kind zich in haar eigen woonomgeving bevond.
Verdachte en zijn partner hadden hun dochter, die onder toezicht stond van een gezinsvoogdij-instelling en waarvoor een machtiging tot uithuisplaatsing was afgegeven, onttrokken aan het wettig gezag door niet te melden waar het kind verbleef. De dochter verbleef meerdere periodes in de woning van verdachte, die ook ongeschikt was voor een kind vanwege onhygiënische omstandigheden.
De rechtbank acht bewezen dat verdachte medepleegde in het opzettelijk onttrekken van de minderjarige aan het wettig gezag. De strafbaarheid van verdachte wordt bevestigd, ondanks het verweer van rechtsdwaling. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van drie maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.
De vrijspraak voor het feit van vrijheidsberoving wordt gemotiveerd door het ontbreken van bewijs dat het kind de situatie als opsluiting heeft ervaren en het feit dat het opsluiten van een kind van zeven jaar in deze context niet zonder meer onjuist was.
De rechtbank benadrukt dat het eigenmachtig onttrekken van een minderjarige aan het wettig gezag niet getolereerd kan worden, ook al is de machtiging tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing niet verlengd en woont het kind inmiddels weer bij verdachte.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van vrijheidsberoving en veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden voor medeplegen van onttrekking van een minderjarige aan het wettig gezag.