ECLI:NL:RBUTR:2005:AT3156
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen sanctie voor het blinderen van autoruiten met folie
Betrokkene werd gesanctioneerd wegens het aanbrengen van een folie op de linker zijruit van zijn voertuig, waardoor deze aanzienlijk donkerder was dan de overige ruiten. De lichtdoorlating werd gemeten met een speciaal meetinstrument, waarbij bleek dat de lichttransmissie slechts 9% bedroeg, terwijl minimaal 70% vereist is volgens de Europese richtlijn.
Betrokkene voerde aan dat het uitzicht niet werd belemmerd en dat het voertuigreglement onvoldoende normen bevat over belemmering. De officier van justitie onderbouwde het standpunt met een schriftelijke notitie en foto’s. De kantonrechter oordeelde dat de folie een onnodig voorwerp is dat het uitzicht belemmert, conform artikel 5.2.42 lid 1 onder b van het Voertuigreglement.
Hoewel het gebruikte meetinstrument niet in de Regeling meetmiddelen is opgenomen, voldoet het aan de Europese meetvoorschriften. De kantonrechter achtte de meting betrouwbaar en concludeerde dat de gedraging is verricht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de sanctie voor het blinderen van de zijruit met folie wordt ongegrond verklaard.