ECLI:NL:RBUTR:2005:AT2490
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.L. Keijzer
- Rechtspraak.nl
Nietigheid aandelenleaseovereenkomst afgewezen; zorgplichtschending Dexia zonder causaal verband
In deze zaak stond een aandelenleaseovereenkomst tussen Dexia Bank Nederland N.V. en een consument centraal, waarbij de consument een leasecontract aanging onder de naam 'Winstverdriedubbelaar'. De consument stelde dat de overeenkomst nietig of vernietigbaar was wegens wilsgebreken zoals bedrog, misleiding en dwaling, en dat Dexia een garantie had gegeven omtrent het verdriedubbelen van winst. Deze beroepen werden door de rechtbank afgewezen omdat de consument voldoende informatie had kunnen inwinnen en geen nadere vragen had gesteld.
De rechtbank erkende dat Dexia als financiële instelling een bijzondere zorgplicht had volgens de Nadere regeling toezicht effectenverkeer 1999, en dat Dexia deze zorgplicht had geschonden door onvoldoende onderzoek te doen naar de financiële positie van de consument en hem niet duidelijk te waarschuwen voor de risico’s van de overeenkomst. Dit onrechtmatig handelen werd vastgesteld.
Echter, de consument slaagde er niet in om het noodzakelijke causaal verband tussen deze normschending en zijn geleden schade aannemelijk te maken. Hij stelde onvoldoende feiten en omstandigheden die zouden aantonen dat hij de overeenkomst niet zou zijn aangegaan als hij beter geïnformeerd was geweest. Daarom bleef de overeenkomst in stand en werd de vordering van Dexia tot betaling toegewezen, terwijl de reconventionele vorderingen van de consument werden afgewezen.
Uitkomst: De vordering van Dexia tot betaling wordt toegewezen; de reconventionele vorderingen van de consument worden afgewezen.