ECLI:NL:RBUTR:2005:AT1769
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting coffeeshop wegens overtreding vestigingsvoorwaarden en verkoop aan minderjarige
Verzoeker exploiteert sinds 2002 een coffeeshop in Amersfoort en ontving een gedoogbeschikking met voorwaarden. De gemeente stelde aangescherpte vestigingscriteria vast, waaronder afstand tot scholen en het voorkomen van overlast. Na intrekking van de gedoogbeschikking per 1 februari 2005, bleef verzoeker softdrugs verkopen ondanks waarschuwingen en controles.
De burgemeester besloot tot sluiting van de coffeeshop voor zes maanden vanwege overtreding van het beleid en verkoop aan een 15-jarige. Verzoeker betwistte de verkoop aan minderjarigen en beriep zich op het gelijkheidsbeginsel, verwijzend naar andere gedoogde coffeeshops in vergelijkbare situaties.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het beleid niet kennelijk onredelijk is en dat verzoeker rekening had moeten houden met de tijdelijke aard van de gedoogbeschikking. De verklaring van de minderjarige werd als betrouwbaar beschouwd. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde vanwege het ontbreken van overlast en verkoop aan minderjarigen bij andere coffeeshops.
Gelet op deze omstandigheden zag de voorzieningenrechter geen aanleiding voor een voorlopige voorziening en wees het verzoek af. Tevens werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de coffeeshop wordt afgewezen.